Lees online

De dichter is een koe

Buitelingen door Carmen Verhoeven

Flyer De dichter is een koe

Flyer van het evenement.

Buitelingen is de online pendant van de rubriek ‘Nieuwe Buitelingen’, waarin een van de Vooysredacteuren je meeneemt naar een bijzonder literair initiatief in Nederland. Voor die zoektocht is geen uithoek hen te ver. Deze keer oversteeg redacteur Carmen Verhoeven zelfs de landsgrenzen en bracht ze een bezoek aan de voorstelling De dichter is een koe in Lommel (Be): een bijzondere combinatie van kleinkunst, poëzie en muziek.

Op woensdagmiddag 25 januari verscheen er in mijn Facebooktijdlijn de melding dat er diezelfde avond ‘bij mij in de buurt’ een evenement zou plaatsvinden. De titel van het evenement, De dichter is een koe, maakte me nieuwsgierig. Ik klikte door, las de omschrijving en concludeerde: dit betreft zonder twijfel een Nieuw Literair Initiatief. Het ging om een voorstelling op initiatief van de Gentse muziekgroep Hermitage (publiekswinnaar Amsterdams Kleinkunst Festival 2011) en actrice Sabine Goethals en het beloofde ‘iets met muziek, poëzie en koeien’ te worden. Tja, wat wil een mens nog meer?

Er was echter één probleem: mijn Facebook staat nog steeds ingesteld op het Zuidoost-Brabantse dorp waar ik ben opgegroeid, en ik was in Utrecht. Een snelle tijdsberekening leidde tot de conclusie dat het haalbaar zou zijn als ik binnen een halfuur op de trein zou stappen. Snel belde ik mijn ouders met de vragen of er een auto beschikbaar zou zijn die avond, of ik mee kon eten en of er misschien iemand was die meewilde. Tot mijn verbazing was het antwoord op alle drie de vragen ‘ja’. Even zo snel appte ik hoofdredacteur Maria dat ik die avond de vergadering niet bij zou wonen, maar daarentegen wel een bijdrage zou leveren door een fantastisch Nieuw Literair Initiatief bij te wonen en er een Buitelingen over te schrijven: bij dezen!

Als vanzelfsprekend opende de avond met Gerrit Achterbergs ‘De dichter is een koe’. Al gauw werd er vervolgens geëxperimenteerd met muziek, kleinkunst en poëzie. Karel Eykman kwam voorbij, en Hermitage combineerde een recent eigen nummer met ‘Onder de appelboom’ van Rutger Kopland, waarbij de poëtische teksten van de kleinkunstgroep geenszins onderdeden voor de poëtische teksten van de dichters aan wie een ode gebracht werd. Voor hun voorstelling speurden de makers in de honderd populairste gedichten van de Lage Langen in het poëziecentrum van Gent om tot een selectie te komen die bestond uit zeer uiteenlopende werken door veel verschillende dichters. Zo kwamen er gedichten voorbij die thematisch aansloten bij de voorstelling, als Remco Camperts ‘Poëzie is een daad’ en Hugo Claus’ ‘De zanger’ (wat met verzen als ‘Vrij is de zanger niet’ overigens vaak geïnterpreteerd is als een gedicht over de beklemmendheid van de wereld), maar werd er ook wat luchtigheid in de avond gebracht toen de drummer plotsklaps zonder gêne en vol overtuiging al stampend Els Moors’ ‘De witte fuckende konijnen’ begon te declameren. De anderen reageerden hier quasi-geschokt op (alsof het niet gerepeteerd was) en kapten hem af. Kennelijk waren knaagdieren die de liefde bedrijven vulgair in plaats van poëtisch. Was ‘we houden het braaf’ het credo van de avond? Ik hoopte van niet.

Dat Vlamingen meer algemene (culturele) kennis hebben, zoals enkelen van mijn docenten ooit beweerden, bleek trouwens niet vandaag: menigeen moest een antwoord op de vraag ‘Wie schreef De Oostakkerse gedichten?’ schuldig blijven, en er was slechts één persoon in de zaal die de auteur van ‘Jantje zag eens pruimen hangen’ wist te noemen en het gedicht wist te vervolgen [ze studeerde vast niet voor niets Nederlandse literatuur]. Dat laatste gedicht werd aangehaald als voorbeeld voor het metrum waarop – jawel – het publiek in de pauze enkele coupletten van een nummer moest schrijven. Dat nummer zou aan het einde van de avond in de voorstelling worden opgenomen. Daar deed ik uiteraard aan mee. Het mocht overal over gaan, en dus besloot ik (deelname was anoniem) de vrijheid te nemen en de dichtruimte in te vullen met een ode aan de zanger.

Hermitage maakte de voorstelling met Sabine Goethals, en zij bleek een schakel die absoluut niet kon ontbreken. Haar presentatie en interpretatie van ‘Ik ben vergeten’ van Maud Vanhauwaert (‘ik ben vergeten waarom ik op een podium stond//waarom zoveel mensen dezelfde richting opkeken//en ik als enige, andersom’) liet het publiek geraakt en in ontroering verkeren, en haar scènes waarvoor ze toeschouwers het podium opriep hielden het publiek enthousiast en het programma afwisselend en veelzijdig. Ook de inzet van een gast (elke voorstelling iemand anders), deze avond was dat stadsdichter van Antwerpen Maarten Inghels, werkte verfrissend. De gast kreeg van de makers van de voorstelling carte blanche om zijn tijd in te vullen. Inghels deed dat op een ludieke manier: na de pauze bleek onder sommige stoelen een ‘stoeferke’ (zakdoek) te liggen, met daarop een gedicht gedrukt (‘Zullen wij aan de achterkant van de dag schimmen schilderen, zullen wij ons inwrijven met de schemering van de straat?’). Daarnaast liet hij het publiek het telefoonnummer 0032 33697888 goed onthouden. Ik zeg niet waarom, maar vraag je het gewoon te bellen (voor het slapengaan, bijvoorbeeld).

Verdere experimenten kwamen eveneens pas later op de avond. De gedichten ‘Ontvlugting’ van Ingrid Jonker en ‘Aan een tuinier’ van Tom Lanoye werden op muziek gezet (ik hoop dat de nummers uitgebracht worden), Jan Hanloos ‘Oote Oote’ werd geïncorporeerd in een uptempo-versie van Hermitages ‘Bloedneus’ (De waarheid als een boemerang in zijn gezicht, dus in mijn gezicht), ‘Totaal witte kamer’ van Gerrit Kouwernaar werd samen met Hermitages ‘Jij en ik’ (beide over een jij en een ik die iets nog één keer doen) gepresenteerd en (hoogtepunt!) Paul van Ostaijens ‘Boem Paukeslag’ werd – met al het percussionele geweld dat daarvoor nodig bleek – omgetoverd tot een eigenzinnige doch rake slagwerkinterpretatie. De muziek van Hermitage werd overigens niet enkel in combinatie met gedichten gebracht: sommige nummers, waaronder het mooie ‘Eskimo’ (Dokter, haal de vaalheid uit mijn blik. Ik herken mijzelf niet meer, wie is die slechterik? Traan het eruit, schraap het ervan, doe mij weer stralen als u kan. Geef mij de ogen van een kind) en het door de gedwongen publieksparticipatie schalkse ‘Een beetje geil’, kregen als op zichzelf staande items een plaats in het programma.

Braafheid bleek dus toch niet het devies van de avond, en ook de fuckende konijnen konden uiteindelijk door de beugel: na ‘Een beetje geil’, Vanhauwaerts versregels ‘ik ben vergeten waarom ik als kind masturbeerde//denkend aan een felbehaarde Jezus, met zijn uitstulpend kruis’ en Jules Deelders ‘Het kutgedicht’ (‘Oh kut, oh snee, oh pruim, oh spleet, oh gleuf, oh naad, oh kier’), kreeg de drummer de toestemming ‘De witte fuckende konijnen’ alsnog integraal te oreren.

Tegen het einde werd het nummer waaraan het publiek in de pauze mee had gewerkt gebracht. De zanger bleek tamelijk ongemakkelijk te reageren op mijn couplet, maar desalniettemin was het een zeer verrassende, inspirerende en aangrijpende avond, en hoop ik van harte dat dit initiatief een vervolg krijgt.

Selecteren, adviseren, inspireren. Het bespreken van boeken volgens Maartje Laterveer en Arjen Fortuin

door Sophie de Ruiter & Anne Sluijs

verstand-van-zaken-vince-trommelIn de rubriek ‘Verstand van zaken’ reflecteren deskundigen in een essayistische vorm op de stand van zaken in de hedendaagse literatuur, het boekenvak of de wetenschap. Trends worden geduid, catastrofes voorzien en normen bevraagd. Hoe gaan literatuurrecensenten van verschillende media vandaag de dag te werk? Redacteurs Sophie de Ruiter en Anne Sluijs vroegen het zich af en raadpleegden Maartje Laterveer (Vogue) en Arjen Fortuin (NRC Handelsblad). Het leverde twee interessante perspectieven op.

Dit artikel verscheen in Vooys 34.4.

Lees het hele artikel (pdf)

‘Time you an me was akwainted’

door Jacco Doppenberg

In de kast illustratie Vince TrommelIn de rubriek ‘In de Kast’ bepleiten uiteenlopende figuren uit de wereld der letteren waarom een bepaalde tekst of auteur opnieuw de volle aandacht verdient. Ditmaal houdt literatuurliefhebber Jacco Doppenberg een warm en bevlogen pleidooi voor John Dos Passos’ roman Manhattan Transfer. De roman beschrijft de roerige jaren voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in New York. Een periode waarin de stad geen tijd heeft voor een pas op de plaats, zoals Dos Passos daar evenmin tijd voor maakt in zijn beschrijving van de stad met haar vele inwoners die allen op zoek zijn naar een beter leven. Manhattan Transfer is volgens Doppenberg niet zomaar een roman, maar is net als New York zelf een smeltkroes en een kakofonie van stemmen. Een roman die niet onderdoet voor Ulysses of The Great Gatsby, en ook in 2016 nog actueel en boeiend is.

Dit artikel verscheen in Vooys 34.4.

Lees het hele artikel (pdf)

Een gesprek met Ester Naomi Perquin

door Lucas van der Deijl en Aafje de Roest

In 2014 verscheen dit gesprek met Ester Naomi Perquin op onze website. Het is nu opnieuw hier te lezen vanwege haar recente aanstelling als Dichteres des Vaderlands.

Ester Naomi Perquin

Foto: Sander Vermeer

Of we het laatste college van de cursus Actuele Poëzie aan de Universiteit Utrecht willen leiden, een groepsinterview van zo’n twintig studenten met dichteres Ester Naomi Perquin. Het verzoek komt van docent Fabian Stolk en ons antwoord een uur later: graag. Perquin schreef de bundels Servetten halfstok (2007), Namens de ander (2009), en Celinspecties (2013) en is daarnaast columniste bij De Groene Amsterdammer. Ze werkte van 2001 tot 2006 in een huis van bewaring om de schrijversvakschool te kunnen betalen. De cellen werden bewoond door 450 ‘dotten van jongens’, wier verblijf jaren later beklijft in de poëzie van Celinspecties. De bundel werd in 2013 bekroond met de VSB Poëzieprijs. Een groot compliment, aldus de dichteres, hoewel ze de prijs liever had gekregen wanneer ze ‘oud en lelijk’ was, want tja: dan valt er tenminste nog iets te halen. Niettemin vormt Perquins laatste bundel de aanleiding voor dit gesprek, dat primair door de studenten van de cursus is gevoerd.

Lees het hele artikel (pdf)

‘Het is nu eenmaal niet fraaier dan het is’. Interview met de Lezeres des Vaderlands

door Laurie Hasselt & David van Oeveren

51% van de Nederlandse bevolking is vrouw. Toch is het de man die het literaire landschap overheerst. Sinds begin 2016 turft de anonieme Lezeres des Vaderlands het aantal vrouwen in de wekelijkse boekenbijlagen met het meeste institutionele gewicht. Goedgebrild, welbespraakt en kortpittig gekapt leest de Lezeres de Volkskrant, NRC Handelsblad, Trouw, Het Parool, De Standaard, De Morgen, Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer en inventariseert de actuele rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Haar blog lezeresdesvaderlands.wordpress.com is de ene week nog deprimerender dan de andere. Gemiddeld is 70% van de besproken boeken geschreven door een man, van die boekbesprekingen zelf is óók weer steevast 70% van de auteurs van het mannelijke geslacht. Wij (50% man, 50% vrouw) vroegen de Lezeres naar de oorzaken, de gevolgen en haar beeld voor de toekomst, per e-mail, want zelfs voor Vooys was de Lezeres niet bereid haar anonimiteit op te geven. Het leverde een reeks helder uitgewerkte antwoorden op die zowel treurigstemmend als humoristisch en voorzichtig hoopvol is. Minder dynamisch dan een face-to-face interview, maar niet minder prikkelend.

Dit interview verscheen in Vooys 34.4.

Lees het hele artikel (pdf)

Pussy Riot in Utrecht

Buitelingen door Noortje Maranus

Maandag 31 oktober was een aantal leden van de activistische punkgroep Pussy Riot in Utrecht om in gesprek te gaan met professor Rosi Braidotti, expert op het gebied van Gender Studies. De bijeenkomst, die plaatsvond in TivoliVredenburg, stond in het teken van activisme, de macht van media en de kracht van kunst. Vooysredacteur Noortje Maranus wist: deze avond kan ik niet aan mij voorbij laten gaan. Een verslag.

Het is maandagavond, acht uur. Opgetogen betreed ik het Tivoligebouw en ik ben zeker niet de enige. De oude, symfonische ‘Grote zaal’ is wel erg omvangrijk om helemaal te kunnen vullen, maar tegenvallen doet de opkomst zeker niet. Het publiek bestaat voor het overgrote deel uit jongeren, waarvan een aanzienlijk deel met rood, roze of zelfs blauw haar. Veel gezichten herken ik van de opleidingen Nederlands, Literatuurwetenschap of Gender Studies. Braidotti heeft daar logischerwijs een hoop bewonderaars zitten, bedenk ik mij. Zeer bevlogen en met een flinke dosis humor kondigt zij de twee aanwezige leden van Pussy Riot aan. Het beeld dat ze van de Russische feministische punkgroep schetst, is dat van een groep heldinnen. Braidotti is zichtbaar vereerd om met bandlid Maria (Masha) Alyokhina en journaliste Sasha Bogino in gesprek te mogen gaan. Naast Masha en Sasha verschijnt er tegen onze verwachtingen in nog een derde persoon op het podium: Sasha Cheparukhin, een man van middelbare leeftijd die Pussy Riot veel heeft geholpen bij hun campagnes en zich nadrukkelijk heeft ingezet voor de bevrijding van de drie opgesloten verzetsheldinnen enkele jaren geleden.[1]

Sasha Cheparukhin komt als eerste aan het woord om zijn rol in de strijd van Pussy Riot toe te lichten. Een van de zeer belangrijke bijdragen die hij heeft geleverd, is het genereren van steun van beroemde, invloedrijke artiesten, die hij kent via zijn baan in de culturele industrie. De enorme media-aandacht bleek een kantelpunt in de opkomst van Pussy Riot, met als meest sprekende voorbeeld de steun die de groep ontving van Paul McCartney, een persoonlijke kennis van president Poetin, in de vorm van een brief aan de Russische autoriteiten waarin hij pleit voor de vrijheid van de drie gevangengenomen leden. Toch zijn Masha en medegevangene Nadezja, ondanks McCartneys steun, pas na anderhalf jaar in een strafkamp te hebben gezeten vrijgelaten. Wel heeft de grote aandacht geholpen voor verdere ontwikkelingen binnen Pussy Riot.

pussy-riot-2

Van links naar rechts: Nadezhda Tolokonnikova, Maria (Masha) Alyokhina en Yekaterina Samutsevich. (RIA Novosti/Andrey Stenin)

Een van de dingen die mij sterk is bijgebleven, is hoe Masha vertelde dat ze zeer slecht behandeld werd tijdens haar gevangenschap. Zo werd ze soms over de grond gesleurd of kreeg ze dagenlang nauwelijks te eten. Pussy Riot zet zich, mede hierdoor, in voor mensenrechten in gevangenissen in Oost-Europa. Aan de persoonlijke gebeurtenissen in de periode voor en tijdens het gevangenschap werd verder weinig aandacht besteed. Des te krachtiger was de trailer van de nog te verschijnen documentaire Act and Punishment, geregisseerd door Evgeny Mitta, die getoond werd. Wat we te zien kregen was een momentopname van het activisme van de amper meerderjarige vrouwen van Pussy Riot, door de omstandigheden gedwongen om boven zichzelf uit te stijgen. Dit bleek onder andere uit beelden waarin de drie gearresteerden tegenover de rechtbank hun eindverklaring aflegden. Vooral de verklaring van Masha was zeer indrukwekkend. Braidotti sprak hier bij de inleiding van de avond ook al zeer lovend over. Enkele regels uit haar verklaring:

But for me this trial is a ‘so-called’ trial. And I am not afraid of you. I am not afraid of falsehood and fictitiousness, of sloppily disguised deception, in the verdict of the so-called court. Because all you can deprive me of is ‘so-called’ freedom. This is the only kind that exists in Russia. But nobody can take away my inner freedom. It lives in the word, it will go on living thanks to openness [glasnost], when this will be read and heard by thousands of people. This freedom goes on living with every person who is not indifferent, who hears us in this country.[2]

De leden van Pussy Riot hebben inmiddels, in samenwerking met aanhangers, een gevestigd en bovenal onafhankelijk journalistiek en politiek platform ontwikkeld dat zich inzet voor vrijheid van expressie en pers, rechten en veiligheid voor de LGBTQ gemeenschap, en mensenrechten in het algemeen. Zo stellen ze het corrupte Russische politiesysteem aan de kaak, zorgen ze voor rechtsbijstand voor kwetsbare groepen zoals slachtoffers van seksueel geweld of gevangenen, en nemen ze deel aan het Wit-Russisch ondergronds toneel om systematische martelingen door het regime te bekritiseren. Dat dit allemaal met groot gevaar voor eigen lijf en leven is, moge duidelijk zijn. Voor degenen die nog niet op de hoogte waren van de ernst van Poetins regime werden er nog fragmenten getoond van een gebeurtenis van maart dit jaar. Journalisten gelieerd aan het (onafhankelijke) journalistieke platform MediaZona, collega’s van de aanwezige Sasha Bogina, werden aangevallen en mishandeld in Tsjetsjenië, alvorens hun bus werd afgebrand.[3]

Stitch (2012). (Gleb Haski)

Stitch (2012). (Gleb Haski)

Er werd ook veel aandacht geschonken aan Russische (activistische) kunst en de kracht hiervan. Braidotti stelde Masha de vraag welke kunstenaars invloed op haar hadden gehad, waarna het gesprek op performance artist Petr Pavlensky uitkwam. Pavlensky heeft een groot aantal controversiële performances op zijn naam staan, waaronder Stitch, waarbij hij zijn mond dichtnaaide voor de Kazankathedraal in St. Petersburg bij wijze van protest tegen het gevangenschap van Pussy Riot. De zaal krijgt een aantal beelden te zien van het werk van Pavlensky, die ik persoonlijk als zeer krachtig, maar ook als schokkend heb ervaren.

Een andere naam die veel terugkomt in het gesprek tussen Braidotti en de twee vrouwen is die van Oleg Sentsov, een filmproducent die momenteel twintig jaar gevangenschap uitzit wegens mogelijke plannen voor een aanslag op het Kremlin. Masha en Sasha vragen aandacht en steun voor Sentsov. Zijn gevangenschap lijkt een van de belangrijkste redenen voor het houden van deze tour. Hier wordt tevens aan gerefereerd op de shirtjes die na afloop van de avond verkocht worden. Ter afsluiting van de conversatie werden er nog enkele van tevoren verzamelde vragen vanuit het publiek beantwoord.

Rosi Braidotti heeft de avond in goede en soms, ondanks de ernst van het onderwerp, humoristische banen weten te leiden, en de dames van Pussy Riot zijn wat mij betreft nog grotere heldinnen gebleken dan ik op voorhand al dacht. De openheid waarmee Masha en Sasha spraken over hun ervaringen en toekomstige doelen waren zowel schrijnend als inspirerend. Ik zal het shirt dat ik van ze heb gekocht met grote trots dragen, vergezeld met een pijnlijk besef dat zij een dictatoriaal regime hebben uitgedaagd, zich vanuit de gevangenis hebben bekwaamd in mensenrechten, en zich bij een journalistiek platform hebben aangesloten met gevaar voor eigen leven, terwijl ik op mijn 21ste niks van dit alles heb gedaan, en hoogstwaarschijnlijk nooit zal hoeven doen.

[1] Zie voor meer context over het gevangenschap van de drie leden van Pussy Riot: http://www.volkskrant.nl/buitenland/vrouwen-pussy-riot-strijdbaar-uit-de-gevangenis~a3567035/

[2] https://nplusonemag.com/online-only/online-only/pussy-riot-closing-statements/

[3]https://www.theguardian.com/world/2016/mar/10/journalists-beaten-and-bus-torched-on-chechnya-tour-say-activists

Online column Obe Alkema

“Gedrukte tekst is statisch en direct achterhaald. U kunt niet op hyperlinks klikken. Online kunt u dat wel.” Zo schreef dichter Obe Alkema in zijn column in Vooys 34.1/2. Reden genoeg om zijn column – de eerste in onze reeks over vertelcultuur – nu inclusief hyperlinks en video’s online te plaatsen. Klikt u mee?

Poëzie, performance, porno

Door Obe Alkema

In de columnreeks van deze jaargang is het woord aan eenieder die wil spreken over vertelcultuur. Van poetry- tot story slams, van kinderversjes tot klankgedichten. Kortom, als het maar vertelcultuur is. In deze column schrijft dichter Obe Alkema over een aantal performances die sterk beïnvloed worden door digitale middelen. De ongelimiteerde mogelijkheden van deze tools staan centraal, of het nu gaat om registraties, of om het artistieke opzoeken van grenzen door bijvoorbeeld integraties van live opnames of accentuering van discontinuïtiet in performances. Welke nieuwe vormen van orale cultuur zijn er mogelijk door digitale middelen te incorporeren? 

X

Orale cultuur kwam halverwege het vorige millennium onder druk te staan toen gedrukte tekst haar opmars maakte. Schriftelijke cultuur nam in de eeuwen daarna een steeds belangrijkere positie in. Aan het einde van de twintigste eeuw kwam er nog een concurrent bij: digitale cultuur. In tegenstelling tot de relatief statische (want gedrukte) schriftelijke media delen digitale media gelijksoortige karakteristieken met orale cultuur: beweging, expressieve ambiguïteit, discontinuïteit en multidimensionaliteit. Deze gemeenschappelijke kwalificaties worden des te meer geaccentueerd wanneer orale en digitale cultuur samenkomen in artistieke praktijken. Ze vloeien in elkaar over en openen een nieuwe ruimte waarin lichamelijke en virtuele expressies met elkaar resoneren.

Ik licht drie voorbeelden van de eenentwintigste-eeuwse kunst uit die illustratief zijn voor de wederzijdse beïnvloeding van orale en digitale cultuur. Ze zijn respectievelijk afkomstig uit de poëzie, performance en porno. Elk project onderzoekt de grenzen van het orale en het digitale.

1

Zomer 2015: eindelijk was daar de trailer voor De Middernachtmelktapes, het artistieke project van Dominique de Groen en Koen Blauwblomme, een ‘DIGITAL.POETRY. MIXTAPE’. Eindelijk, zeg ik nu, bijna een jaar later, omdat de kennismaking met hun kunst (die verwantschap heeft met bijvoorbeeld het beeldende en lyrische van de Friese undergroundband Yuko Yuko

en de Amerikaanse avant-garde glitchpop-artiest Holly Herndon) me de intense kracht van nieuwe media, internetcultuur en digital art heeft laten voelen. Exit cultuurpessimisme, enter een aan futurisme grenzend geloof in virtuele technologie.

De Middernachtmelktapes is de naam van wat een digitale gedichtenbundel moet worden, inclusief speciale gasten, remixes, hidden surprises en een ‘Digital Campfire’ videogame (Kanye West, eat your heart out). De trailer zelf is een multimediale anderhalve minuut met versregels, vervormd en glitchend beeld en flarden dialoog en poëzie.

Het idee ontstond eind 2014 toen De Groen en Blauwblomme erachter kwamen een gemeenschappelijke affiniteit te hebben: internetcultuur. Inmiddels zijn de laatste opnames voor de digitale gedichtenbundel gemaakt en maken De Middernachtmelktapes zich op om online te gaan.

Begin 2016: een nieuw kunstwerk van Dominique de Groen, Candy getiteld, gepubliceerd op NewHive, een online platform voor multimedia: ‘[w]e provide a blank space and custom tools to simplify the process of creating rich multimedia experience on the web.’ Candy bestaat uit een geluidloos negenminutenlang filmpje waarin De Groen snoep eet en uitkotst. Daarnaast een keuzescherm om drie gedichten te horen: zelfbediening voor de toeschouwer. Deze setting opent tal van mogelijkheden: de kijker/luisteraar kan elk gedicht apart afspelen, of een gedicht opnieuw afspelen, of gedichten simultaan afspelen, zodat er een meerstemmig geheel ontstaat.

2

Film en foto werden honderd jaar geleden al gebruikt om performances te registreren. De kracht van deze twee media was de mogelijkheid vast te leggen, te bewaren en te projecteren. Het inzetten van digitale media (in meest brede zin begrepen) is daarom ook niet nieuw, maar het valt me steeds meer op hoe digitale media een integraal onderdeel vormen van performances: simpelweg zijn digitale middelen niet meer alleen middelen, zij vormen waardevolle onderdelen van een performance. Dat werd me recentelijk op pregnante wijze duidelijk bij een performance van de Italiaanse androgyne kunstenaar Silvia Calderoni, die in haar omgang met theorie, identiteit, gender en performance verwant is aan de Zweedse band The Knife en de Engelse muzikanten Planningtorock en ANOHNI.

Tijdens deze anderhalf uur durende performance stond Calderoni hoofdzakelijk met haar Iggy Pop-achtige rug naar het publiek toe. Toch zagen we haar van voren: een camera legde haar voorkant vast die geprojecteerd werd op de achterwand. Beide kanten waren tegelijk zichtbaar en zo werd Calderoni als het ware verdubbeld in de ruimte, een beeld dat zowel haar feminiene en masculiene kanten twee keer zo aanwezig maakte.

Nog veelvormiger werd de voorstelling toen er op hetzelfde scherm jeugdbeelden van Calderoni vertoond werden waar haar huidige aanwezigheid doorheen sluimerde, nu eens sterker geaccentueerd werd, zich dan weer lichtjes aftekende. De lineariteit was al met de discontinue dubbele presentatie van Calderoni overboord gezet en nu vloeiden verleden en heden samen op het witte vlak. Dat correspondeert met wat Calderoni meermaals declameert: ‘we are all made of many parts, many halves, often even animal or plant.’

3

Net zoals alle kunst kan een performance zeer vervreemdend werken. Verwachtingen (moeten) worden bijgesteld. Er moet een andere houding aangenomen worden om het virtuele werk van Dominique de Groen te bekijken, of om het ontwrichtende lichamelijke toneel van Silvia Calderoni te begrijpen. De digitale media die in deze artistieke praktijken ingebracht worden, dwingen de afstemming van verwachtingen af, maar faciliteren evenzogoed nieuwe begripsmogelijkheden.

Een van de meest progressieve voorbeelden hiervan is het artistieke project van Colby Keller. Hij is antropoloog, communist, conceptueel kunstenaar en commercieel homopornoacteur. Hoe zijn die laatste twee beroepen met elkaar te verenigen? Het antwoord daarop is #ColbyDoesAmerica – en ja, dat vat precies het project samen. Net als Sufjan Stevens een plaat voor/over elke Amerikaanse staat wil maken, wil Keller in elk van de Verenigde Staten seksueel contact hebben met locals dat vastgelegd wordt op de gevoelige plaat. Het rauwe materiaal wordt daarna verstuurd naar editors die er een artistieke kortfilm van maken. Keller hoopt zo de relatie tussen kunst en porno te bevragen.

Halverwege maart was Keller in Amsterdam om een vertoning van een aantal van deze scènes bij te wonen en na afloop in discussie te gaan met het publiek. Ik was erbij en ik had nog niet eerder stukken van #ColbyDoesAmerica gezien. Het resultaat? Een amalgaam van naast elkaar gezette natuurbeelden – seksuele daden, woeste natuur vol fallische elementen (duh), flarden dialoog tussen de mensen achter de camera en voor de camera, vervloeiende vormen en kleuren, glitchende beelden die hortend en stokkend in elkaar overgingen, korrelige beelden, maar eigenlijk vooral artistiek gemaakte porno.

Welke leeswijze is vereist om dit project te begrijpen? Conventionele porno lijkt het niet, omdat de scènes minder gescript lijken. Dat kan een verkeerde impressie zijn, want de situatie is geënsceneerd. Er is geen sprake van een spontane hook up. De discontinuïteit die de nevenschikking van verschillende soorten beeld uitlokt, werkt vooral vervreemdend in humoristische zin: de analogieën die ontstaan openen een nieuw veld van betekenissen. Wat is het verhaal dat hier verteld wordt? Het zijn vooral twee lichamen die elkaar ontmoeten en affectief op elkaar reageren. Dat affectieve wordt in de artistieke bewerking van de beelden uitgedragen: de interruptie van niet op elkaar aansluitende beelden zorgt voor sensaties, het in elkaar overvloeien van beelden en de uitzaaiing van betekenissen zorgt voor een veel ongrijpbaardere, centrifugale betekenis in plaats van een hapklaar antwoord (zoals in bijvoorbeeld conventionele porno). De ingezette digitale media helpen de grenzen van porno en kunst op te zoeken en af te breken zodat wederzijdse beïnvloeding mogelijk is.

X

Op papier schrijven over nieuwe media, de kruispunten waarop disciplines en genres samenkomen en in hun aanhoudende vertakking potentie genereren – dat lijkt paradoxaal. Gedrukte tekst is statisch en direct achterhaald. U kunt niet op hyperlinks klikken. Online kunt u dat wel. Kijk daarvoor op de website van Vooys en zwerm uit over het web en in de blogosfeer.

Bijlmer Boekt

Buitelingen door Anne Verhoef

Terwijl ik langs het Leidseplein in Amsterdam fiets, zie ik de bus al klaarstaan. Geen gewone bus, maar een bus die slechts een paar keer per jaar rijdt: van het Leidseplein in het centrum van Amsterdam naar het Bijlmerparktheater op het Anton de Komplein, waar dit keer de zeventiende editie van het literaire evenement Bijlmer Boekt plaatsvindt. De Bijlmerbus, inmiddels een begrip onder frequente bezoekers van het festival, is in het leven geroepen om bezoekers veilig van en naar de plek van bestemming te brengen. Altijd met het nodige on board entertainment uiteraard, dit jaar in de vorm van ‘nieuw talent’ Dorothy Blokland, die later op de avond ook nog acte de préséance zal geven. De reis naar de Bijlmer is naar mijn idee helemaal niet zo gevaarlijk, maar het bestaan van deze speciale bus laat wel zien dat de organisatie haar best doet om het publiek naar dit deel van de stad te trekken.

Bijlmer Boekt gaat over literatuur, maar meer nog over verhalen in de breedste zin van het woord. Artiesten uit verschillende disciplines passeren de revue: schrijvers die voorlezen uit eigen werk, comedians, muzikanten, theatermakers – noem het maar op. Deze editie bestaat de line-up uit onder anderen Connie Palmen, die stukken uit haar nieuwste roman Jij zegt het (2016) voordraagt en comedian Howard Komproe. Laatstgenoemde valt vooral op door de scherpe en persoonlijke manier waarop hij het contrast tussen de serieuze en luchtige kant van de letterkunde weet te verwoorden. Zijn talent als verhalenverteller komt dan ook goed tot uiting wanneer zijn persoonlijke betoog over de invloed die het boek De Kameleon heeft gehad op zijn proces van identiteitsvorming moeiteloos overgaat in het voordragen van één van zijn favoriete vormen van lectuur: het recept.

Naast deze twee bekende gezichten wordt het podium ook gegeven aan minder bekende verhalenvertellers, zoals beeldend kunstenaar Gita Hacham, die de invulling van het ‘Bijlmerverhaal’ dit keer voor haar rekening neemt. Dit vormt een onderdeel van het programma waarbij iedere editie iemand anders wordt gevraagd een verhaal rondom de Bijlmer te schrijven. Hacham ‘vertelt’ het verhaal in de vorm van een filmpje waarin beelden van de Bijlmer worden afgewisseld met het geluid van een voorbij zoevende metro en daarnaast draagt ze een eigen gedicht voor (waarbij de connectie tussen de twee mij nog steeds niet helemaal duidelijk is, maar rustgevend was het wel). Theatermaker Dorothy Blokland speelt een stuk uit haar gewaagde, zelfgeschreven bewerking van De koningin van Paramaribo, een gevallen vrouw bestaat niet naar het boek van Surinaamse schrijver Clark Accord (2000), waarbij ze geregeld semi-sensueel contact maakt met het publiek – de rest van de avond zitten de mannen op de voorste rij dan ook niet meer rustig op hun stoel. Een mooie toevoeging aan het geheel is saxofoniste Sanne Landvreugd, die de hele avond muzikaal begeleidt. De avond wordt afgesloten met muzikant Gery Mendes, die, af en toe in samenspel met Sanne, de hele zaal tot het laatst weet te boeien met zijn zang, dans en verhaal.

Initiatiefnemer van het evenement, Christine Otten, wil ons samen met Connie Palmen en SLAA-directeur Daphne de Heer graag te woord staan, en is vooral erg enthousiast over het succes van het concept en de warme reacties van het publiek dat er op af komt. ‘Met dit soort programma’s ga je naar de buurten toe, waardoor je publiek aantrekt dat anders niet op literaire avonden komt,’ aldus Christine. ‘Publiek dat zich niet primair aangesproken voelt door een literaire avond, maar wel geïnteresseerd is in schrijvers en literatuur die op een andere manier is ingebed. Literatuur is zoveel meer dan “alleen” de roman, en dat lijken we soms wel eens te vergeten.’

Naar mijn mening draagt de eenheid van het programma met artiesten uit verschillende disciplines die op zo’n avond ontstaat daar zeker aan bij. Op die manier probeert Bijlmer Boekt het aloude hokjesdenken te doorbreken, zowel qua genre als artistiek en cultureel. Maar dat doorbreken gebeurt niet geforceerd, en hoewel alles tot in de puntjes wordt voorbereid, zit er geen strenge regie op het programma, want het mag absoluut geen invuloefening voor het publiek worden. Elke editie is anders, en daarom telkens weer de moeite waard om te bezoeken. Bijlmer Boekt is in staat pretentieloos een leuke, ongedwongen avond neer te zetten. Het kan dan ook haast niet anders dan dat een groot deel van het publiek ook voor de volgende editie de weg weer zal weten te vinden naar het Bijlmerparktheater – met of zonder Bijlmerbus.