Lees online

‘Wat de Nederlandse literatuur momenteel is, wil ik openbreken’. Interview met Mounir Samuel

door Anne Sluijs & Carmen Verhoeven

‘Het eerste boek van Mounir als Mounir’, zo wordt Mounir Samuels roman Liefde is een rebelse vogel (2016) genoemd in de prospectus van Uitgeverij Jurgen Maas. Het is het negende boek van de auteur die voorheen luisterde naar de naam Monique, maar het eerste dat de auteur naar eigen zeggen zonder beperkingen of grenzen schreef. Redacteurs Anne Sluijs en Carmen Verhoeven spraken hem vlak na verschijning van zijn literaire debuut. In Theatercafé Podium Mozaïek passeerden de roman, culturele toeeigening, taboes en de verantwoordelijkheid die Mounir voelt als vreemde eend in de bijt van de Nederlandse literatuur de revue.

Mounir_cover

Lees het hele artikel (pdf)

Lijf en leed: Katharina Wilhelmina Bilderdijk-Schweickhardt

door Klaas la Roi

In de kast illustratie Vince TrommelIn de rubriek ‘In de Kast’ bepleiten uiteenlopende figuren uit de wereld der letteren waarom een bepaalde tekst of auteur opnieuw de volle aandacht verdient. Neerlandicus Klaas la Roi breekt ditmaal een lans voor Katharina Bilderdijk-Schweickhardt, wier eigen werk onderbelicht is gebleven vanwege haar huwelijk met romanticus Willem Bilderdijk, een van Nederlands beroemdste dichters. Ze was een veelzijdig auteur die zowel treurspelen, gelegenheidsdichten, vaderlandse poëzie als kinderpoëzie schreef. Toch bleken vooral haar kinderversjes succesvol en bleef haar andere werk relatief onbekend. La Roi laat echter zien dat ook haar andere poëzie zeer de moeite waard is, niet in de laatste plaats omdat ze op vernuftige en artistieke wijze de thematiek van het lichaam hierin wist te verweven.

Dit artikel verscheen in Vooys 35.1/2.

Lees het hele artikel (pdf)

De dichter is een koe

Buitelingen door Carmen Verhoeven

Buitelingen is de online pendant van de rubriek ‘Nieuwe Buitelingen’, waarin een van de Vooysredacteuren je meeneemt naar een bijzonder literair initiatief in Nederland. Voor die zoektocht is geen uithoek hen te ver. Deze keer oversteeg redacteur Carmen Verhoeven zelfs de landsgrenzen en bracht ze een bezoek aan de voorstelling De dichter is een koe in Lommel (Be): een bijzondere combinatie van kleinkunst, poëzie en muziek.

Op woensdagmiddag 25 januari verscheen er in mijn Facebooktijdlijn de melding dat er diezelfde avond ‘bij mij in de buurt’ een evenement zou plaatsvinden. De titel van het evenement, De dichter is een koe, maakte me nieuwsgierig. Ik klikte door, las de omschrijving en concludeerde: dit betreft zonder twijfel een Nieuw Literair Initiatief. Het ging om een voorstelling op initiatief van de Gentse muziekgroep Hermitage (publiekswinnaar Amsterdams Kleinkunst Festival 2011) en actrice Sabine Goethals en het beloofde ‘iets met muziek, poëzie en koeien’ te worden. Tja, wat wil een mens nog meer?

Er was echter één probleem: mijn Facebook staat nog steeds ingesteld op het Zuidoost-Brabantse dorp waar ik ben opgegroeid, en ik was in Utrecht. Een snelle tijdsberekening leidde tot de conclusie dat het haalbaar zou zijn als ik binnen een halfuur op de trein zou stappen. Snel belde ik mijn ouders met de vragen of er een auto beschikbaar zou zijn die avond, of ik mee kon eten en of er misschien iemand was die meewilde. Tot mijn verbazing was het antwoord op alle drie de vragen ‘ja’. Even zo snel appte ik hoofdredacteur Maria dat ik die avond de vergadering niet bij zou wonen, maar daarentegen wel een bijdrage zou leveren door een fantastisch Nieuw Literair Initiatief bij te wonen en er een Buitelingen over te schrijven: bij dezen!

Als vanzelfsprekend opende de avond met Gerrit Achterbergs ‘De dichter is een koe’. Al gauw werd er vervolgens geëxperimenteerd met muziek, kleinkunst en poëzie. Karel Eykman kwam voorbij, en Hermitage combineerde een recent eigen nummer met ‘Onder de appelboom’ van Rutger Kopland, waarbij de poëtische teksten van de kleinkunstgroep geenszins onderdeden voor de poëtische teksten van de dichters aan wie een ode gebracht werd. Voor hun voorstelling speurden de makers in de honderd populairste gedichten van de Lage Langen in het poëziecentrum van Gent om tot een selectie te komen die bestond uit zeer uiteenlopende werken door veel verschillende dichters. Zo kwamen er gedichten voorbij die thematisch aansloten bij de voorstelling, als Remco Camperts ‘Poëzie is een daad’ en Hugo Claus’ ‘De zanger’ (wat met verzen als ‘Vrij is de zanger niet’ overigens vaak geïnterpreteerd is als een gedicht over de beklemmendheid van de wereld), maar werd er ook wat luchtigheid in de avond gebracht toen de drummer plotsklaps zonder gêne en vol overtuiging al stampend Els Moors’ ‘De witte fuckende konijnen’ begon te declameren. De anderen reageerden hier quasi-geschokt op (alsof het niet gerepeteerd was) en kapten hem af. Kennelijk waren knaagdieren die de liefde bedrijven vulgair in plaats van poëtisch. Was ‘we houden het braaf’ het credo van de avond? Ik hoopte van niet.

Dat Vlamingen meer algemene (culturele) kennis hebben, zoals enkelen van mijn docenten ooit beweerden, bleek trouwens niet vandaag: menigeen moest een antwoord op de vraag ‘Wie schreef De Oostakkerse gedichten?’ schuldig blijven, en er was slechts één persoon in de zaal die de auteur van ‘Jantje zag eens pruimen hangen’ wist te noemen en het gedicht wist te vervolgen [ze studeerde vast niet voor niets Nederlandse literatuur]. Dat laatste gedicht werd aangehaald als voorbeeld voor het metrum waarop – jawel – het publiek in de pauze enkele coupletten van een nummer moest schrijven. Dat nummer zou aan het einde van de avond in de voorstelling worden opgenomen. Daar deed ik uiteraard aan mee. Het mocht overal over gaan, en dus besloot ik (deelname was anoniem) de vrijheid te nemen en de dichtruimte in te vullen met een ode aan de zanger.

Hermitage maakte de voorstelling met Sabine Goethals, en zij bleek een schakel die absoluut niet kon ontbreken. Haar presentatie en interpretatie van ‘Ik ben vergeten’ van Maud Vanhauwaert (‘ik ben vergeten waarom ik op een podium stond//waarom zoveel mensen dezelfde richting opkeken//en ik als enige, andersom’) liet het publiek geraakt en in ontroering verkeren, en haar scènes waarvoor ze toeschouwers het podium opriep hielden het publiek enthousiast en het programma afwisselend en veelzijdig. Ook de inzet van een gast (elke voorstelling iemand anders), deze avond was dat stadsdichter van Antwerpen Maarten Inghels, werkte verfrissend. De gast kreeg van de makers van de voorstelling carte blanche om zijn tijd in te vullen. Inghels deed dat op een ludieke manier: na de pauze bleek onder sommige stoelen een ‘stoeferke’ (zakdoek) te liggen, met daarop een gedicht gedrukt (‘Zullen wij aan de achterkant van de dag schimmen schilderen, zullen wij ons inwrijven met de schemering van de straat?’). Daarnaast liet hij het publiek het telefoonnummer 0032 33697888 goed onthouden. Ik zeg niet waarom, maar vraag je het gewoon te bellen (voor het slapengaan, bijvoorbeeld).

Verdere experimenten kwamen eveneens pas later op de avond. De gedichten ‘Ontvlugting’ van Ingrid Jonker en ‘Aan een tuinier’ van Tom Lanoye werden op muziek gezet (ik hoop dat de nummers uitgebracht worden), Jan Hanloos ‘Oote Oote’ werd geïncorporeerd in een uptempo-versie van Hermitages ‘Bloedneus’ (De waarheid als een boemerang in zijn gezicht, dus in mijn gezicht), ‘Totaal witte kamer’ van Gerrit Kouwernaar werd samen met Hermitages ‘Jij en ik’ (beide over een jij en een ik die iets nog één keer doen) gepresenteerd en (hoogtepunt!) Paul van Ostaijens ‘Boem Paukeslag’ werd – met al het percussionele geweld dat daarvoor nodig bleek – omgetoverd tot een eigenzinnige doch rake slagwerkinterpretatie. De muziek van Hermitage werd overigens niet enkel in combinatie met gedichten gebracht: sommige nummers, waaronder het mooie ‘Eskimo’ (Dokter, haal de vaalheid uit mijn blik. Ik herken mijzelf niet meer, wie is die slechterik? Traan het eruit, schraap het ervan, doe mij weer stralen als u kan. Geef mij de ogen van een kind) en het door de gedwongen publieksparticipatie schalkse ‘Een beetje geil’, kregen als op zichzelf staande items een plaats in het programma.

Braafheid bleek dus toch niet het devies van de avond, en ook de fuckende konijnen konden uiteindelijk door de beugel: na ‘Een beetje geil’, Vanhauwaerts versregels ‘ik ben vergeten waarom ik als kind masturbeerde//denkend aan een felbehaarde Jezus, met zijn uitstulpend kruis’ en Jules Deelders ‘Het kutgedicht’ (‘Oh kut, oh snee, oh pruim, oh spleet, oh gleuf, oh naad, oh kier’), kreeg de drummer de toestemming ‘De witte fuckende konijnen’ alsnog integraal te oreren.

Tegen het einde werd het nummer waaraan het publiek in de pauze mee had gewerkt gebracht. De zanger bleek tamelijk ongemakkelijk te reageren op mijn couplet, maar desalniettemin was het een zeer verrassende, inspirerende en aangrijpende avond, en hoop ik van harte dat dit initiatief een vervolg krijgt.

Selecteren, adviseren, inspireren. Het bespreken van boeken volgens Maartje Laterveer en Arjen Fortuin

door Sophie de Ruiter & Anne Sluijs

verstand-van-zaken-vince-trommelIn de rubriek ‘Verstand van zaken’ reflecteren deskundigen in een essayistische vorm op de stand van zaken in de hedendaagse literatuur, het boekenvak of de wetenschap. Trends worden geduid, catastrofes voorzien en normen bevraagd. Hoe gaan literatuurrecensenten van verschillende media vandaag de dag te werk? Redacteurs Sophie de Ruiter en Anne Sluijs vroegen het zich af en raadpleegden Maartje Laterveer (Vogue) en Arjen Fortuin (NRC Handelsblad). Het leverde twee interessante perspectieven op.

Dit artikel verscheen in Vooys 34.4.

Lees het hele artikel (pdf)

Een gesprek met Ester Naomi Perquin

door Lucas van der Deijl en Aafje de Roest

In 2014 verscheen dit gesprek met Ester Naomi Perquin op onze website. Het is nu opnieuw hier te lezen vanwege haar recente aanstelling als Dichteres des Vaderlands.

Ester Naomi Perquin

Foto: Sander Vermeer

Of we het laatste college van de cursus Actuele Poëzie aan de Universiteit Utrecht willen leiden, een groepsinterview van zo’n twintig studenten met dichteres Ester Naomi Perquin. Het verzoek komt van docent Fabian Stolk en ons antwoord een uur later: graag. Perquin schreef de bundels Servetten halfstok (2007), Namens de ander (2009), en Celinspecties (2013) en is daarnaast columniste bij De Groene Amsterdammer. Ze werkte van 2001 tot 2006 in een huis van bewaring om de schrijversvakschool te kunnen betalen. De cellen werden bewoond door 450 ‘dotten van jongens’, wier verblijf jaren later beklijft in de poëzie van Celinspecties. De bundel werd in 2013 bekroond met de VSB Poëzieprijs. Een groot compliment, aldus de dichteres, hoewel ze de prijs liever had gekregen wanneer ze ‘oud en lelijk’ was, want tja: dan valt er tenminste nog iets te halen. Niettemin vormt Perquins laatste bundel de aanleiding voor dit gesprek, dat primair door de studenten van de cursus is gevoerd.

Lees het hele artikel (pdf)