Nieuwe Buitelingen

    De, uhm, Podgids

    In onze rubriek ‘Nieuwe Buitelingen’ nemen Vooys-redacteuren u mee naar een bijzonder literair initiatief in Nederland. In deze driedelige serie staan literaire podcasts centraal. Ze lijken wel als paddenstoelen uit de grond te schieten de laatste tijd, maar wat voor soort genre is de literaire podcast eigenlijk? Hoe verhouden ze zich tot andere vormen van literatuur(beschouwing)? En: zijn ze het luisteren waard? Om dat soort vragen te beantwoorden, beluisteren Vooys-redacteuren verschillende Nederlandse literatuurgerelateerde podcasts. Oud-redacteur Laura de Bruijn luistert naar De Podgids, de podcast van De Gids.

    Het oudste literaire tijdschrift van Nederland is begonnen aan een podcast – mogen we dan nog van een trend spreken? Sinds afgelopen voorjaar verschijnt tegelijk met iedere editie van een papieren De Gids nu ook een aflevering van de Podgids. In de afleveringen, die grofweg een uur duren, interviewt een redacteur van De Gids verschillende gasten. Deze gesprekken worden afgewisseld met voordrachten van poëzie en (fragmenten van) korte verhalen.

    Wie er te gast zijn en wat er wordt besproken, hangt samen met het thema van de nieuwste papieren Gids – veelal verschijnen de voorgelezen literatuur en de geïnterviewden ook in de gedrukte versie. In tegenstelling tot het papieren exemplaar kan de Podgids door iedereen gratis worden beluisterd via de Gids-website, iTunes en andere podcastkanalen. Naast de lange afleveringen brengt De Gids trouwens ook kortere afleveringen uit waarin louter korte verhalen en poëzie worden voorgelezen. Deze afleveringen staan los van de verschijning van de papieren editie,

    De podcast wordt opgenomen in het Amsterdamse café de Pels, waar de redacteur en de gasten met in hun midden een microfoon (vermoedelijk) gezellig rond een tafeltje zitten. Overigens spreken, om het overzichtelijk te houden, de gasten om beurten en mengen zij zich doorgaans niet in de 15 minutes of fame van een ander. Het caféwezen krijgt wel vrij spel en verzorgt een zacht gerommel van bordjes en bestek op de achtergrond. Zo komt er, op locatie, een huiselijke en spontane sfeer tot stand.

    Die spontaniteit komt ook terug in de gesprekken zelf: deze lijken niet uitgebreid te zijn voorbereid en worden achteraf ook niet geredigeerd of gemonteerd. Voor luisteraars die, waaronder ikzelf, gewend zijn aan strak gemonteerde en gelikte podcasts als This American Life (of, om een Nederlandse serie te noemen, Echt Gebeurd), is dit even wennen. Bij die programma’s worden interviews vooraf doorgenomen met de gasten om hen te coachen bij het vertellen van hun verhaal, opgenomen in een aparte studio en vervolgens in de aflevering gemonteerd. Denktijd van de spreker, onafgemaakte zinnen en stopwoordjes worden er dan uitgefilterd. De Podgids doet dit niet, en laat het natuurlijke verloop van een gesprek horen. Aan die spontaniteit kleeft helaas ook een nadeel: de onafgemaakte zinnen en ‘uhms’ schaden het luisterplezier en zorgen er misschien ook voor dat je als luisteraar soms de draad kwijtraakt.

    Mocht dat je overkomen, duren de gesprekken gelukkig niet zo lang. In Podgids #7 spreekt de presentator bijvoorbeeld tien minuten met Adriaan van Veldhuizen over het raakvlak tussen literatuur en geschiedenis, een onderwerp dat vele letterenstudenten onder ons inmiddels wel eens hebben besproken. In het gesprek weet Van Veldhuizen, die als geschiedkundige en redacteur bij De Gids ervaring heeft met beide vakgebieden, een persoonlijk en praktischer inkijkje in de discussie te geven. Hij laat doorschemeren dat de combinatie van literatuur en geschiedenis nog lang niet zo normaal wordt gevonden, als hij vertelt dat hij door collega’s nog wel eens raar wordt aangekeken wegens zijn werkzaamheden bij De Gids (‘dat is toch fictie’). Op die manier weet de Podgids mij door een kort en spontaan gesprekje toch te verrassen met een inzicht in een langlopende (en voornamelijk theoretische) discussie waarover ik vanaf mijn stoeltje in de collegezaal al veel heb gehoord.

    Helaas bedienen niet alle gesprekjes de luisteraar even goed. In een eerdere aflevering (#2) vertelt masterstudente Absaline Hehakaya over een van haar favoriete films Once Upon a Time in the West. De presentator vraagt haar hoe ze bekend is geraakt met de film, hoe vaak ze ‘m heeft gezien en hoe vaak ze het meesterwerk nog denkt te gaan bekijken. Waar de film over gaat en waarom Hehakaya het werk zo goed vindt, wordt nagenoeg niet besproken. Omdat ik de film nog niet heb gezien, kan ik alle opmerkingen over de klassieker niet zo goed plaatsen. De gebrekkige uitleg bij de film is wat onhandig en zorgt er mogelijk voor dat luisteraars die, net als ik, de film niet hebben gezien, afhaken omdat ze buiten het gesprek worden gesloten.

    Al met al behoort de Podgids nog niet tot mijn favorieten. Toch hoop ik dat het programma volhoudt en zal ik van tijd tot tijd zeker een aflevering luisteren (wel met de kleine wens dat de gesprekken iets meer geregisseerd worden en dat er rekening wordt gehouden met mijn gebrekkige (film)kennis). De Podgids weet namelijk wel, op een ontspannen en natuurlijke manier, in één aflevering een reeks aan schrijvers, verhalen en onderwerpen de revue te laten passeren. De podcastvorm is misschien even wennen, voor maker en luisteraar, maar is de trend in ieder geval voorbij.

      Vooys leest

      ‘What is a person to do when their obligations to their family conflict with other obligations – to friends, to society, to themselves?’

      Lezen is heerlijk en dat mag geuit worden. Vooys laat eens in de zoveel tijd een redactielid aan het woord over het schrijfsel waarin hij of zij zich die week verdiept. Deze week: wat leest Alie?

      ‘Tot je zeventiende geen school vanbinnen zien, ervan overtuigd zijn dat het drinken van Cola Light een zonde tegenover God is, dokters en medicijnen als hoererij beschouwen en nooit van de Holocaust hebben gehoord: dat is een korte samenvatting van de jeugd van Tara Westover zoals zij die opschrijft in haar autobiografie en tevens debuut Educated. A Memoir. Tara, 32 jaar oud (waarvan ze de eerste zeventien jaar ongeschoold doorbrengt), promoveerde in 2014 aan de University of Cambridge op ‘intellectual history and political thought’. Ze groeit op in de bergen van Idaho (Verenigde Staten) als jongste in een streng mormoons gezin. ’s Nachts slaapt ze met haar ‘head-for-the-hills-bag’ binnen handbereik, omdat haar ouders ervan overtuigd zijn dat de Apocalyps elk moment kan aanbreken, en dat zij dan dankzij hun immense voorraad wapens en ingemaakte perziken een van de weinige overlevenden zullen zijn. Het enige onderwijs dat Tara ontvangt, is het maken van kruidenzalfjes en -mengsels met haar moeder en het rondstruinen en werken in de ‘junkyard’ van haar vader.

      In haar puberteit begint Tara zelf studieboeken te lezen en zich te scholen, waardoor ze uiteindelijk wordt toegelaten aan de Brigham Young University. Hoewel dit alsnog een universiteit is die eigendom is van de mormoonse kerk, gaat vanaf dat moment een compleet nieuwe wereld voor haar open: een wereld vol rokken boven de knie, tentamenpapier en mormonen die Cola Light drinken en paracetamol slikken. Wat volgt is een beschrijving van de jaren die volgen, waarin Tara heel langzaam probeert los te komen van het geïsoleerde milieu waarin ze is opgegroeid, van een dominante geesteszieke vader, een gewelddadige broer en een wereld vol waanideeën.

      Bij het lezen van dit boek ontdekte ik een werkelijkheid die zich onmetelijk ver bij de mijne vandaan bevindt, maar die tegelijkertijd bij vlagen verrassend dichtbij komt. Je hoeft niet op een berg in Idaho te zijn geboren om je te herkennen in de vragen waar Tara een antwoord op zoekt. Hoe vecht je je los van de plek waar je vandaan komt, hoe kies je je eigen weg in het leven, en hoe zorg je ervoor dat je liefde en waardering blijft houden voor daar waar je wortels liggen, zelfs als, in het geval van Tara, de aarde daar bloed bevat, en de muren daar afgrijselijke dingen hebben gehoord en gezien?

      Voor mij is dit geen boek dat probeert te bewijzen dat gelovige mensen gestoorde gekkies zijn die zo snel mogelijk uit moeten sterven. Dit coming-of-age-verhaal laat een tragisch voorbeeld zien van een religieuze uitwas, zónder daarmee religie af te schrijven – en dat vind ik fijn. Educated is bijzonder, ontroerend, pijnlijk, meeslepend, afgrijselijk en ongelofelijk tegelijkertijd. Lees dit.’

        Nieuwe Buitelingen

        Fantasie? Er klopt geen bal van!

        Een meerstemmige recensie

        In onze rubriek ‘Nieuwe Buitelingen’ nemen Vooys-redacteuren u mee naar een bijzonder literair initiatief in Nederland. In deze driedelige serie staan literaire podcasts centraal. Ze lijken wel als paddenstoelen uit de grond te schieten de laatste tijd, maar wat voor soort genre is de literaire podcast eigenlijk? Hoe verhouden ze zich tot andere vormen van literatuur(beschouwing)? En: zijn ze het luisteren waard? Om dat soort vragen te beantwoorden, beluisteren Vooys-redacteuren verschillende Nederlandse literatuurgerelateerde podcasts. In deze aflevering bespreekt Niels Mulder de Tzumcast.

        Het literaire weblog Tzum gebruikte ik tot voor kort met name om op de hoogte te blijven van de laatste literaire (en minder literaire) roddels. Koppen als ‘Aafke Romeijn wordt uitgescholden door Marokkanen en veroorzaakt meteen megapolarisatie’, ‘Adolf Hitler stormt de bestsellerlijst binnen met Mijn strijd’ of ‘Kwis: Welke schrijver heeft de grootste?’ geven Tzum toch een beetje het aanschijn van de Story der letteren – een reputatie die de redactie met de nodige (zelf)spot vrolijk in ere houdt.

        Maar eerlijk is eerlijk: Tzum is meer dan dat. Op de site verschijnen columns, reportages, tekeningen, essays, interviews en een ongelofelijke hoeveelheid vaak zeer toegankelijke recensies. Aan dat lijstje kan sinds kort ook een podcast, de Tzumcast, toegevoegd worden. Hierin bespreekt een vierkoppig panel maandelijks een recente Nederlandse roman, tot nu toe: Gezien de feiten van Griet Op de Beeck, Ik, J. Kessels van P.F. Thomése, De trooster van Esther Gerritsen, De avond is ongemak van Marieke Lucas Rijneveld en Goede mannen van Arnon Grunberg.

        Foto: Amanda Brouwers Het Tzum-cast panel met van links naar rechts: Willem Goedhart, Coen Peppelenbos, Roos Custers en Bart Temme.

        Steeds wordt de gekozen roman in een gesprek van ongeveer dertig minuten geanalyseerd en beoordeeld, meestal ook in die volgorde gelukkig. Afhankelijk van het boek is voor die analyse – intuïtief, zo lijkt het – een toepasselijke invalshoek gekozen. De aflevering over De trooster heeft bijvoorbeeld wel wat weg van het gemiddelde college structuralistische narratologie: het gaat uitgebreid over het meegaande karakter van de hoofdfiguur Jacob (speaking name alert: ja-kop) en hoe het plot daardoor beïnvloed is. Het panel tilt die observaties naar een hoger niveau door te wijzen op de steeds wisselende invulling van de rol van trooster en hoe het verhaal geënt is op het leven van Jezus. In andere afleveringen gaat het minder over de structuur, maar juist over stijl (Ik, J. Kessels) of over genre en engagement (Gezien de feiten).

        Coen Peppelenbos houdt van fantasierijke literatuur

        Het leuke aan het recenseren van een boek in een gesprek is dat niet alleen de kwaliteit van het boek ter discussie staat, maar ook het interpretatievermogen en de literatuuropvattingen van de recensenten onderling. In de eerste Tzumcast, over Gezien de feiten, ontbrak die spanning helaas geheel. Zoals ook in de podcast wordt geconstateerd, was de rest van recenserend Nederland en Vlaanderen het er in een lading ouderwetse scheldkritieken al over eens geworden dat Gezien de feiten bepaald geen propaganda voor het Nederlandse boek was. Vervolgens nog een halfuurtje Op-de-Beeck-bashen in de Tzumcast is dan niet echt een waardevolle aanvulling. Er werden geen nieuwe bezwaren tegen het boek aangetekend en het viertal was het steeds volledig eens: ‘Het is echt hartstikke platte liefdeskitsch.’

        In de volgende vier afleveringen ontstond geleidelijk meer ruimte voor discussie en dat komt de kwaliteit en het luisterplezier zeer ten goede. Bij het bespreken van De avond is ongemak zijn Peppelenbos en Custers het bijvoorbeeld stevig met elkaar oneens over hoe je moet oordelen over de grote hoeveelheid metaforen waarin de gedachten van de jonge hoofdfiguur Jas verpakt zijn. Een interessante discussie ontspint zich over hoe dit (niet) past bij het personage en de geloofwaardigheid ervan. Dit leidt tot de algemenere vraag of en waarom je zoiets als (on)geloofwaardigheid mag betrekken bij je oordeel over literatuur. Custers’ opmerking dat ‘d’r helemaal geen bal van klopt’ zet Peppelenbos aan tot een fel pleidooi voor fantasierijke literatuur. Daarin kan Custers grotendeels meegaan, maar zij beargumenteert op haar beurt waarom die fantasierijke wereld door Rijneveld niet op de juiste manier wordt uitgewerkt.

        Het zijn dit soort kritische gedachtewisselingen die de meerwaarde van een podcast-recensie ten opzichte van een geschreven recensie tonen: je krijgt veel duidelijker te zien wat iemand van literatuur vindt, wanneer zijn of haar oordelen en normen expliciet door een ander worden bevraagd. Literatuuropvattingen en onderliggende motieven gaan zo veel meer de strijd met elkaar aan dan in een geschreven recensie zou kunnen. Zo’n meerstemmige recensie past bovendien goed bij hoe we vandaag de dag denken over de manier waarop literatuur haar waarde krijgt. Literaire waarde wordt toegekend en is het gemiddelde resultaat van de oordelen van verschillende betekenisvolle ‘actoren’ in het literaire veld. De podcast-recensie lijkt me een mooie afspiegeling van dat meerstemmige proces.

          Nieuwe Buitelingen

          Boeken FM: de afwas was nog nooit zo literair

          In onze rubriek ‘Nieuwe Buitelingen’ nemen Vooys-redacteuren u mee naar een bijzonder literair initiatief in Nederland. In deze driedelige serie staan literaire podcasts centraal. Ze lijken wel als paddenstoelen uit de grond te schieten de laatste tijd, maar wat voor soort genre is de literaire podcast eigenlijk? Hoe verhouden ze zich tot andere vormen van literatuur(beschouwing)? En: zijn ze het luisteren waard? Om dat soort vragen te beantwoorden, beluisteren Vooys-redacteuren verschillende Nederlandse literatuurgerelateerde podcasts. Anne Sluijs, inmiddels oud-redacteur, opent het drieluik met een verslag van BoekenFM.

          In tijden waarin constant gerept wordt over de zogenaamde ontlezing, is het niet vreemd dat uitgevers en andere organisaties in het boekenvak op zoek gaan naar nieuwe vormen om verhalen te vertellen. Eén van die vormen die we steeds vaker zien opduiken is de podcast: een serie afleveringen met wisselend format (interviews, waargebeurde verhalen, reportages) die je online kunt luisteren door te streamen of te downloaden. Ikzelf ben geen fervent podcast-luisteraar. Ik luisterde weleens iets als ik het toevallig tegenkwam – zoals de serie Lees Dees van de VPRO in samenwerking met het Letterenfonds. Een tijdje terug ontdekte ik een nieuwe podcast over literatuur, met de simpele doch heldere naam Boeken FM. De podcast gaat inderdaad over boeken en het is moeilijk te zeggen waarin het zich onderscheidt van een radio-uitzending, behalve dan dat het niet live is.

          Volgens de omschrijving wordt iedere maand ‘een actueel, relevant of gewoon ijzersterk boek’ besproken door Ellen Deckwitz en Joost de Vries onder leiding van Peter Buurman – ja, die van de Sampler. Het betreft een samenwerking tussen De Groene Amsterdammer en uitgeverij Das Mag, en er verschenen tot nu toe acht afleveringen. Ze duren gewoonlijk rond de 50 minuten, maar de eerste aflevering die ik beluisterde besloeg bijna anderhalf uur. In deze speciale editie bespraken Deckwitz, De Vries en Buurman uitvoerig alle boeken van de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Ideaal eigenlijk, want ik had zelf twee van de zes boeken gelezen (Pfeijffer en Van Heemstra) maar wist zo toch genoeg af van de andere titels om mee te speculeren over de toekenning van de prijs. Per boek werd een samenvatting en oordeel gegeven, waarbij de auteurs ook passages voorlazen die hen aanspraken.

          Aan het eind van die aflevering volgde een voorspelling wie zou winnen – alle drie hoopten ze op De Pelikaan van Martin Michael Driessen, maar ze zetten hun ‘Pepsi Max en Croky chips’, waarvan ze blijkbaar in de opnamestudio voorzien waren, op En we noemen hem van Das Mag-auteur Marjolijn van Heemstra. Niemand verwachtte dat het boek van Murat Isik de winnaar zou worden, waarvan in de bespreking al bleek dat Deckwitz en De Vries het ‘in literair opzicht niet interessant’ vonden. Het bracht Buurman ertoe de vraag voor te leggen wat nu een boek literatuurprijswaardig maakt. (Buurman: ‘Moet een boek wel ‘meerlagig’ zijn, kan niet ook gewoon een fijne leeservaring vooropgesteld worden?’ Deckwitz: ‘Maar is de fijne leeservaring niet altijd een gevolg van de meerlagigheid?’ (…) De Vries: ‘Ja, kom op, daar wil ik me wel hard voor maken! Oorlog en vrede is ook een hele fijne leeservaring als je je eraan overgeeft.’) De interactie tussen de drie sprekers werkt goed, met Buurman die vaak een onwetende positie inneemt en door blijft vragen, en Deckwitz en De Vries die veel, zo niet alles, afweten van de Nederlandse boekenwereld en niet schromen hun uitgesproken meningen te geven.

          De reguliere afleveringen zijn korter en kennen maar één boekbespreking. Toch slagen de presentatoren er prima in drie kwartier vol te praten. Tussen de bespreking door worden er vragen beantwoord die ingestuurd zijn door luisteraars, zoals ‘Is er een roman waar jullie hardop om hebben gehuild?’, waar in alle eerlijkheid op wordt geantwoord. Er worden zowel oorspronkelijk Nederlandstalige als boeken uit andere talen besproken: zo werden De trooster van Esther Gerritsen en Club Mars van Rachel Kusner reeds behandeld. Tot nu toe kwamen alleen romans aan bod, geen poëziebundels of literaire non-fictie. Er lijkt geen constante te zitten in de selectie, slechts het grote aandeel vrouwelijke auteurs valt op (hoera!). Er werden nog geen boeken van Das Mag besproken, op En we noemen hem in de Libris-editie na. Het is te begrijpen dat de uitgeverij voor haar geloofwaardigheid niet een auteur uit eigen stal naar voren schuift, maar aan de andere kant vraag je je wel af welk belang Das Mag er dan bij heeft om boeken van de concurrent onder de aandacht te brengen.

          Is deze podcast de moeite waard? Vijftig minuten lang aandachtig luisteren naar dit gezellige geklets hou ik eigenlijk niet vol, laat staan anderhalf uur. Het had wat mij betreft best een kwartier korter gekund om de spanning erin te houden. Maar als je ernaar luistert zoals je naar de radio zou doen, dan: ja. Dat lijkt ook precies de bedoeling geweest te zijn van de makers. ‘Volgens mij heeft de helft van de luisteraars de radio uitgezet,’ verspreekt Deckwitz zich zelfs na een flauw Sinterklaasgedicht van De Vries naar aanleiding van een passage uit de roman van Van Heemstra. Ik luister de afleveringen bij voorkeur tijdens het ophangen van de was, tijdens de afwas of in het OV. De sprekers zijn sympathiek en geven je het gevoel alsof je bij een leesclub zit zonder zelf deel te nemen. En dat is een prima gevoel, want is er iemand die het boek voor de leesclub ooit op tijd uit heeft?

            Vooys Leest

            Lezen is heerlijk en dat mag geuit worden. Vooys laat eens in de zoveel tijd een redactielid aan het woord over het schrijfsel waarin hij of zij zich die week verdiept. Deze week: wat leest Nienke?

            ‘De familiegeschiedenis van de Sixen, verweven met de vaderlandse geschiedenis vanaf de Gouden Eeuw. Dat is wat je voorgeschoteld krijgt in De levens van Jan Six (2016). Geert Mak had het geluk dat hij zich drie jaar lang mocht onderdompelen in de archieven van deze familie. In het familiehuis (annex museum annex archief) aan de Amstel, dat bijna uit elkaar barst van herinneringen aan het verleden, begint het verhaal. Allerlei objecten in het huis zijn aanknopingspunten voor Mak: van familieportretten, handschoentjes (die op een portret voor zijn neus staan afgebeeld), en veel, heel veel notities.

            Het grootste deel van het boek gaat over de eerste Jan Six, de man die ook op het omslag te zien is. De schilder van dit portret, Rembrandt, was bevriend met Jan – al is vriendschap misschien een wat misleidende term voor een verstandhouding die grotendeels toch ook om financiële zekerheid (voor Rembrandt) en reputatie (voor Jan) ging. Toch waren de twee wel gelijkgestemden, bijvoorbeeld in hun benadering van Medea en de erkenning van haar strijd. Tevens schreef Rembrandt in Six’ vriendenalbum, wat hij in zijn verdere leven bij welgeteld twee anderen ook heeft gedaan: dat is wel wat veelzeggender dan de in vergetelheid geraakte klasgenoten uit mijn eigen vriendenboekjes.

            De ondertitel luidt: ‘Een familiegeschiedenis’, maar toch is er ook veel ruimte voor historische context. Gelukkig maar, het een (de microgeschiedenis) is ook niet los van het ander (de macrogeschiedenis) te zien. Het is het bekende – en voor mij inmiddels ook beminde – recept van Geert Mak: persoonlijke verhalen, notities en anekdotes worden verweven met de historische gebeurtenissen van de betreffende tijd. Daarom is het ergens wel spijtig dat de aandacht voor Jan Six I enigszins buitenproportioneel is. Het betekent echter wel veel ruimte voor de vroege Republiek, voor de Gouden Eeuw: onderwerpen die ik eigenlijk alleen maar razend interessant vind, dus zo erg vind ik het niet. Ik voel me toch een beetje genoodzaakt een vergelijking met de rest van zijn oeuvre te maken, zeker omdat hij nu eens een rijkeluisfamilie in plaats van de gewone man als uitgangspunt neemt. Eerlijk, het haalt het niet bij De eeuw van mijn vader, maar die verwachting had ik ook niet. Wél is het wederom een boeiende, knap geschreven tijdreis, met Mak als zeer bekwame gids.’