Tijdens het maken van dit dubbeldikke nummer over literatuur en activisme hebben we met de redactie van Vooys veel gesproken over onze zorgen over de staat van de wereld. Onderdrukking, propaganda en gewapend conflict zijn nooit weggeweest, maar worden nu steeds openlijker vergoelijkt; onder invloed van populisme schudden democratieën op hun grondvesten, en het nieuws hierover verdringt de berichtgeving over klimaatverandering – nog altijd een ongekende existentiële bedreiging voor het voortbestaan van de mens. Waar onder jonge generaties lange tijd een progressieve wind woei, lijkt deze tegenwoordig te zijn gaan liggen. Veel jongeren voelen zich dusdanig verlamd door de alomvattende dreiging van klimaatverandering, dat urgentiebesef omslaat in machteloosheid. Het is diezelfde generatie die voor het eerst conservatiever is gaan denken op het gebied van lhbtiq+- en vrouwenrechten. Dit nummer is voortgekomen uit het besef dat we met Vooys een podium hebben, hoe klein dat ook mag zijn. De bijdragen richten zich stuk voor stuk op de uitdagingen van deze tijd, en onderzoeken hoe literatuur en letterkunde ruimte bieden voor analyse, reflectie en verzet.
Letterkundige Sven Vitse bevraagt in een onderzoekend essay het functioneren van de universiteit als instituut. Hij put daarbij uit zijn eigen dagboekfragmenten over de pro-Palestijnse protesten bij de Universiteit Utrecht, bespreekt de essaybundel The Undercommons (2013) van Fred Moten en Stefano Harney, en analyseert Oroppa (2024) van Safae el Khannoussi en In het vervloekte hart (2022) van Rima Orie.
Letterkundige en filosofe Lily Bakker verkent de relatie tussen mens en meer-dan-mens in de utopische sciencefictionroman The Dispossessed (1974) van Ursula le Guin. Ze betoogt dat het subversieve potentieel van deze roman pas volledig zichtbaar wordt wanneer een ecokritische en anarchistische lezing met elkaar worden verbonden.
Literatuurwetenschapper Liselotte Van der Gucht onderzoekt aan de hand van het werk van Ingeborg Bachmann hoe literatuur het begrip van neurodivergentie kan verruimen. Zij laat zien dat literatuur neuronormativiteit niet alleen kan spiegelen, maar ook kan ondermijnen, bijvoorbeeld via taal, vertelvorm en tijdsstructuur.
Tot slot analyseert neerlandica Oana Ciuraru in haar artikel hoe oliewinning in literatuur gerepresenteerd wordt, en wat dat zegt over de verhouding tussen mens en natuur. Via het concept petrocultuur vergelijkt ze Nederlandse en Roemeense literatuur uit het interbellum, en laat ze zien hoe een kritische lezing van literatuur de ecologisch belastende denkpatronen in de maatschappij zichtbaar kan maken.
In dit dubbeldikke nummer staan maar liefst twee interviews. Redacteuren Lisa Wijker en Jip Olsthoorn gingen in gesprek met Vincent Rietveld. Hij is theatermaker, acteur en medeoprichter van theatergroep De Warme Winkel, die vaak maatschappelijke thema’s aansnijdt. Daarnaast spraken redacteuren Thijs Lindhout en Jet Sterkman met dichter en schrijver Alara Adilow. Ze hadden het over mythes, hiphop, postmodernisme en alles daartussenin.
In de rubriek ‘In de Kast’ bespreekt letterkundige Kornee van der Haven de bundel Copycat (1996) van Serge van Duijnhoven, over de gruwelen van de Joegoslavië-oorlog. Daarnaast bevat dit nummer een ‘Verstand van Zaken’ van communicatie- en informatiewetenschapper Kobie van Krieken. Zij formuleert het wetenschappelijke antwoord op de vraag welk effect verhalen hebben op het vermogen je te verplaatsen in de Ander.
Deze Vooys bevat drie recensies: historicus Caroline Drieënhuizen bespreekt Slavery in the cultural imagination. Debates, silences and dissent in the Neerlandophone space (2025), onder redactie van Marrigje Paijmans en Karwan Fatah-Black. Neerlandica Alix Van Nieuwenhuyze recenseert Zij/haar. Een ABC van lesbische literatuur (2024), onder redactie van Minke Douwesz, Marie-José Klaver en Laurie Bastemeijer. Tot slot levert historicus Mathijs van der Loo een kritische analyse van Uitverkoren. Hoe Nederland aan zijn zelfbeeld komt (2025) van Janneke Stegeman en Saskia Pieterse.
Daarnaast bevat het nummer twee ‘Stijlbreuken’: het lied ‘De boze zee’ van theatermaker, schrijver en neerlandica Bernadette Feiters en een strip van illustrator Pieter Brouwer over grassroots activism. Tot slot bevat deze Vooys drie geëngageerde gedichten van de handen van Aafke van Pelt, Stien Keunen en Oscar Tops.
Omslag: Lise Goossens (https://lisegoossens.com/)
Illustraties binnenwerk: Lloyd Linde, Jip Olsthoorn
Verkrijgbaarheid
Vooys 44.2/3 ‘In de fik’ is te bestellen met ons bestelformulier (€7,50 + €1 verzendkosten voor totale bestelling). Daarnaast is Vooys 44.2/3 te koop in diverse boekhandels in Nederland en in te zien bij een aantal binnen- en buitenlandse universiteitsbibliotheken. Ook oudere nummers zijn te bestellen via ons bestelformulier. De afgelopen vier uitgebrachte nummers kosten €6,50 per stuk (+ €1 verzendkosten voor de totale bestelling; een dubbelnummer kost €7,50). Oudere nummers kosten €3,- per standaardnummer en €4,50 voor een dubbelnummer (+ €1 verzendkosten voor de totale bestelling).
Recensie-exemplaar
Een aanvraag voor een recensie-exemplaar kunt u doen door een mail te sturen naar abonneeservice@tijdschriftvooys.nl