In dit artikel onderzoekt professor Afrikaans en Nederlands aan de North West University Hein Viljoen hoe dichteres Elisabeth Eybers de grote klassieke reisteksten, de Odyssee en de Aeneis, haar poëzie creoliseert. Hij laat aan de hand van de gedichten ‘Dido se afskeid’, ‘Circe’, ‘Amasone’ en ‘Besluit’ zien hoe teksten via creolisatie netwerken aangaan van begrip en een principe van deconstructie en communitas. Kenmerken die hij signaleert zijn vermenging, lokalisatie, aanpassing en dialogisering. Viljoens analyses laten zien hoe Eybers zich klassieke thema’s eigen maakt en de klassieke werken in haar poëzie inpast. Ze creëert op die manier aangrijpende beelden van verlangen en liefde, die tegelijkertijd kritisch zijn op mannelijke hegemonie.