‘De vogels zingen en de zon schijnt’ C.R. 133 als campy dystopie

In de rubriek ‘In de kast’ bepleiten uiteenlopende figuren uit de wereld der letteren waarom een bepaalde tekst of auteur de volle aandacht verdient. Ditmaal werpt neerlandica Claudia Zeller haar licht op C.R. 133. Een toekomstroman (1926) van Maurits Dekker. Zeller laat zien hoe de roman een middenweg vindt tussen het serieuze enerzijds en het overdrevene, haast absurde, anderzijds. Ze bepleit dat C.R. 133 dan ook een voorbeeld van een campy dystopie is, die juist met al haar overdaad de moeite waard is om uit de kast te trekken.