De laatste jaren is de letterkunde het onderwerp van een steeds opflakkerend publiek debat. Denk alleen aan de discussies rond het proefschrift van Onno Blom – van zijn biografie van Jan Wolkers werd de wetenschappelijke kwaliteit betwist, wat leidde tot zeer polemische publieke aanvallen op de commissie en de letterkunde –, het Boekenweekessay van Özcan Akyol waarin de auteur de studie van de Nederlandse Taal en Cultuur neerzette als iets volkomen wereldvreemds, of de debatten rondom de vraag of Marieke Lucas Rijneveld een geschikte vertaler zou zijn van het werk van Amanda Gorman.
Die debatten ‘fel’ noemen, doet ze onvoldoende recht. Ze zijn vaak smerig en er worden mensen in beschadigd. Ze spelen zich voor een groot deel af op de sociale media, volgens sommigen het open riool van het publieke debat. Het maakt het heel onaantrekkelijk om aan die discussies mee te doen. Het is veiliger en gemakkelijker je eraan te onttrekken.En toch zit er niets anders op, tenminste als de literatuur en de studie van literatuur je lief zijn.Dat felle, lelijke, nare is het karakter van ongeveer iedere discussie die ertoe doet, en als er één manier is waarop je als neerlandicus je nuttig kan maken voor de samenleving, dan is het: ervoor blijven zorgen dat ondanks alles de stem van de rede blijft laten klinken.
- Marc van Oostendorp is is hoogleraar Nederlands en Academische Communicatie. Hij is van huis uit taalkundige maar mengt zich graag in ieder debat. In dit online college kijkt hij met enige afstand naar de debatcultuur onder letterkundigen, en beschrijft hij wat daaraan zou moeten veranderen.